Stage

Ik heb net mijn eerste stage als leerkracht achter de rug en het ging goed.

Nooit gedacht dat ik zo zelfverzekerd voor een klas pubers zou staan!Maandag had ik twee lessen. Eentje over het interview en een leesvaardigheidsoefening+ eufemisme en dysfemisme. Op mijn evoluatiepapier voor die dag staat behoorlijk en mijn mentor zei dat het echt goed was voor de eerste keer en dat ik het zeker in mij had.Gisteren had ik ook twee lessen. Eentje over poxebzie, het mensje waar ik mijn thesis over geschreven heb :) . Die les ging goed, in plaats van behoorlijk stond er goed :) . De tweede les was minder, en natuurlijk had ik dan net controle van de unief. Ik had een leesvaardigheidtest voorbereid en de vervoeging van Engelse werkwoorden. De test nam veel langer tijd in beslag dan verwacht en die uniefmadam wou mij nog bezighoren, dus moest ik op 5 minuten nog iets beginnen. Ik was helemaal mijn kluts kwijt en dus was het niet zo goed. Oh ja, ik heb toch nog een 11/20 gekregen, wat volgens die mevrouw behoorlijk is voor de eerste keer. Bovendien vond ze dat ik het goed deed met de leerlingen en dat ik een talent heb en verstandig ben.En vandaag was het echt leuk. Ik moest les geven over de taalverwerving bij het kind. Op zich best een moeilijk onderwerp, maar het is echt goed gegaan. De klas was gexefntereseerd en werkte heel goed mee :) Mijn mentor heeft mij ook een kwartiertje alleen gelaten en dat ging heel goed. Op mijn formuliertje stond dat het een heel goed les was ;D

DUS … ik ben op 3 dagen van behoorlijk naar zeer goed gegaan. Een mens zou voor minder blij zijn.Bovendien heb ik ontdekt dat lesgeven niet zo vreselijk is als ik aanvankelijk dacht.

Bono20op20zn20kop

29 November 2006
By on 10:59
geselecteerd als gefixeerd bericht

Zoals ze brult
om een schram om
een onvervuld verlangen
zoals ze lacht en huilt
en de loop der dingen
als een aanslag voelt
zoals ze slaapt en snikt
tegen de morgen aan

zoals ze in de etalages
achterdochtig naar zichzelf kijkt
en zich voorstelt hoe anderen
haar zien, zoals ze struikelt en niet
getroost wil worden en altijd
op iets terugkomt, het wezen zoekt
in deze brokstukken, de weg
naar huis, een hoekje
uit de wind

Miriam Van hee

Photobucket - Video and Image Hosting

14 November 2006
By on 22:33
Anaxefsje

Anais110506_008_3

Ze is toch prachtig he, mijn kleine nichtje. Door de thesisdrukte, ziekte en examens heb ik ze nog altijd niet in levende lijve kunnen bewonderen. Hopelijk lukt het een van de volgende dagen eens. En ondertussen zit ik (veel te) vaak verliefd naar de foto’tjes te staren. Jaja, tante Saartje is verkocht!

31 May 2006
By on 17:44
Niet voor dummies

Zucht, ik vrees dat ik maar weinig snap van die nieuwe weblogdinges. Ik was zo blij dat ik de oude onder de knie had. En die verduidelijkingsvideo is ook al niet veel soeps. Aber ja, blijven prutsen tot het lukt. Misschien lukt het dan wel om er iets moois van te maken.

Verder :

  • thesis mooi op tijd ingediend
  • eerste examen afgelegd. Ik weet niet of het wat wordt, ik had er eerlijk gezegd niet veel voor gedaan. Het was een vak van de lerarenopleiding dat ik volgend jaar ook nog kan doen, niet echt gemotiveerd dus.
  • genezen van mijn buikgriep na een week suffen

Kn478_1

30 May 2006
By on 20:28
*Blink*

Ik is tante Ze heet Anaxefs en is prachtig!

11 May 2006
By on 21:56
Van thesissen word je …

* heel erg moe
* stressy
* zweverig
* asociaal
* cola-light verslaafd
* soms een heel klein beetje manisch
* snoepjes-addict
* bijgevolg dik
* maar vooral heeeel erg simpel

9 May 2006
By on 20:13
Wist je dat …

… ik na uren peptalk, bemoedigende woorden, schouderklopjes en overtuigen, ook wel es nood heb aan bevestiging, aan iemand die zegt dat het wel in orde komt.

… ik nu ongeveer 40 pagina’s thesis heb, en dus de komende weken heel hard zal moeten werken?

… ik dus hoogstwaarschijnlijk onhandelbaar en onaanspreekbaar zal zijn?

… mijn broek gisteren gescheurd is?

… ik me bijgevolg nogal olifanterig voel?

… het me in tijden van stress moeilijk valt om mezelf, in al mijn glorie en met al mijn extra kilo’s te aanvaarden?

… ik door ijzertekort altijd moe ben, wat niet zo praktisch is, net nu?

… ik nu nog even ga verderdoen?

… ik me stiekem een beetje excuseer voor mijn gezeur?

[center][center]

20 April 2006
By on 21:28
I proudly present …

… mijn interview met Miriam Van hee zoals gepubliceerd in Sch*mper

Schrijven om het leven te verdienen

Miriam Van hee praat zoals ze schrijft: eenvoudig, maar krachtig. Voorzichtig, de woorden wikkend en wegend, vertelt ze over haar studententijd, Gent en het dichterschap.

Van hee is een van de belangrijkste dichteressen van Vlaanderen. Ze debuteerde in 1978 met ‘Het karige maal’ en heeft ondertussen zeven dichtbundels en een verzamelbundel op haar palmares staan. Haar werk werd talloze malen bekroond. Ze won onder meer de Driejaarlijkse Cultuurprijs voor Poxebzie van de Vlaamse gemeenschap, die ze in 1998 ontving voor haar hele oeuvre. Van hee studeerde aan de UGent, het levende bewijs dat onze alma mater ook mensen met cultuur aflevert.

U studeerde van 1970 tot 1975 Slavische talen aan de UGent. Hoe kijkt u terug op uw studententijd?

“Aan mijn periode als student heb ik niet zo’n goede herinneringen. De studie die ik gevolgd heb, Slavistiek, was toen nogal beperkt . Je had vier jaar lang les van dezelfde twee proffen en er was niet echt veel keuzemogelijkheid. Ik heb wel een paar goede cursussen gehad, maar eigenlijk heb ik het meeste na mijn studies geleerd.
De negatieve beleving van mijn studententijd lag ook aan mezelf. Ik was nogal onzeker. Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Oostakker, dus ik ging van het dorp naar de grote stad. Op kot mocht ik niet, dus ik heb veel tijd doorgebracht in de leeszaal van de bibliotheek en in de cafetaria van de Brug. Ik was niet zo gelukkig toen, maar ik denk dat het mijn latere dichterschap wel bevorderd heeft.”

U was toen toch al bezig met poxebzie. (Van hee publiceerde voor het eerst gedichten in 1973, nvdr.)

“Ja, dat wel, maar ik heb later gemerkt dat al die ‘verloren’ tijd dat ik op de bus heb staan wachten, voor mij wel een vruchtbare tijd was. Dat je daardoor dingen leert opmerken, leert zien waar je anders aan voorbijgaat.”

U woont al uw hele leven in Gent. Wat spreekt u zo aan in deze stad?

“Ik ben er nooit weggeraakt. Ik heb veel gereisd, maar toch altijd gevonden dat Gent een charmante stad was. Misschien door de aanwezigheid van de universiteit. Het is zo’n stad met een eigen karakter. Ik hou daar wel van. Het is een stad waar je kunt leven en waar er veel te beleven valt.
Gent speelt een belangrijke rol in veel van mijn werk. Niet expliciet, maar toch altijd op de achtergrond. Veel gedichten van begin de jaren tachtig spelen zich hier af. Ik herinner me nog alle plekken die toen als decor functioneerden. Een gedicht schrijven is zoals een foto maken. Als je er geen foto van zou maken, zou je een gebeurtenis vergeten. Met een gedicht is het net zo.”

Behoedzaam

U bent allerminst een veelschrijfster. Werkt u bewust lang aan een bundel, of heeft het eerder te maken met een vrij moeizame, behoedzame manier van schrijven?

“Allebei. Het gaat niet gemakkelijk, en hoe meer je geschreven hebt, hoe veeleisender je wordt. Je weet dat er bepaalde verwachtingen zijn waaraan je tegemoet wil komen. Die externe druk maakt dat ik mijn uiterste best zal doen, dat ik niet te vlug tevreden ben.”

“Bovendien is mijn leven zo ingericht, dat ik ook nog mijn brood moet verdienen. Dat maakt dat ik weinig tijd heb om te schrijven. Als je wil schrijven, mag je niet in beslag genomen worden door andere zaken. Je moet je echt vrij voelen om te kunnen schrijven. Anderzijds denk ik dat het mijn natuur is. Ik denk niet dat ik zo’n overweldigend dichterschap heb, dat de woorden mij van bij het ochtendgloren te binnen schieten in een vloed. Zo is het niet. Ik zoek naar de woorden tot ze op hun plaats vallen. Als ik te veel tijd zou hebben, zou ik mezelf herhalen, vrees ik. Ik ben blij dat ik ook niet begonnen ben met proza schrijven, wat men mij wel eens gesuggereerd heeft. Ik denk dat het goed is dat ik die boot afgehouden heb. Het maakt, dat wat ik nu schrijf krachtiger is, dat het langere tijd meegaat.”

U debuteerde in 1978 met ‘ Het karige maal’. Is er een evolutie merkbaar in uw poxebzie?

“Ja, hoewel ik niet zo een dichter ben die bij elke bundel iets nieuws publiceert. Het is niet zo dat ik telkens een nieuwe taal uitvind. Ik heb ze langzaam moeten zoeken. Ik vind dat ik in het begin van mijn dichterschap op het randje van het gexebxalteerde balanceerde. Mijn werk was toen een beetje zwaarmoedig. Ik schreef toen ook vlugger, ik hoefde er bijna niks voor te doen. Mijn poxebzie is minder fragiel geworden.
Ik let ook meer op de stijl, ik gebruik meer trucjes. Dat helpt mij soms om de dingen juist te verwoorden. Ik denk dat vooral daar een verschil zit. Vroeger waren mijn gedichten nogal zwaar op de hand, en dat is nu minder het geval. Ikzelf neem minder plaats in. Dat betekent echter niet dat ik minder spontaan ben in mijn gedichten, dat ik minder durf dan vroeger. Er zit nu ook een beetje humor in, wat er vroeger zeker niet in zat.”

Balanceren

Is de functie van het schrijven zelf ook veranderd doorheen de jaren?

“Waarschijnlijk was het vroeger meer iets waaraan ik mijzelf kon optrekken. Ik ben vroeger een periode heel ongelukkig geweest, en dat maakt dat ik een soort melancholie met me meedraag. Het feit dat ik erover heb durven schrijven, en er op een heel persoonlijke, intieme manier mee naar buiten ben durven komen, heeft mij?hoe paradoxaal het ook klinkt?zelfvertrouwen gegeven. Omdat het erkend werd. De poxebzie heeft mij eigenlijk een plaats gegeven in de samenleving, in de wereld eigenlijk.
Ik heb natuurlijk ook gaandeweg beseft dat ik het kon, en dat ik ermee verder moest. Van alle dingen die ik kan, kan ik poxebzie schrijven misschien het beste. Dus voel ik binnen in mij een verplichting, dat ik daaraan moet werken, dat ik daaraan mijn beste krachten moet wijden. Daar was ik mij vroeger niet van bewust. In het Nederlands zeg je dat je ‘je brood moet verdienen’, maar in het Frans zeg je dat zoveel mooier: ‘Je gagne ma vie’. Zo ervaar ik het eigenlijk. Ik moet schrijven om mijn leven te verdienen.”

In een interview zei u ooit: “Bijna alles wat ik schrijf, is ook zo gebeurd of gezegd.” Is het schrijven voor u een manier om gebeurtenissen een plaats te geven, een soort van therapie?

(resoluut) “Therapeutisch is het niet. Ik kan best gelukkig zijn zonder gedichten te schrijven. Ik heb het nooit ervaren als iets therapeutisch, eerder als een soort neerschrijven van mijn ervaringen. Ik zit in veel van mijn gedichten, je kan ze lezen als xe9xe9n grote autobiografie. Elke auteur schrijft eigenlijk autobiografisch. De ene kan het beter verbergen dan de andere, maar je vertrekt altijd van dingen die je gezien, gehoord of gelezen hebt.
Het is wel zo dat er lijnen zitten in mijn poxebzie en dat je, als je verschillende bundels na elkaar leest, het gevoel krijgt dat je mijn leven kunt lezen. Maar het overstijgt het ook wel. Anders zou ik nooit zoveel mensen kunnen boeien, als er niet iets was wat anderen kunnen herkennen. Het is al gebeurd dat iemand een gedicht heel anders gexefnterpreteerd heeft, dan ik het bedoelde. Dat vond ik grappig en ik vind dat die verschillende interpretaties moeten blijven bestaan. Ik wil geen boodschap meegeven of eenduidige ideexebn opdringen. Een gedicht moet iets algemeens bevatten, iets dat mijn leven kan ontstijgen.”

Bescheidenheid

In recensies heeft men het vaak over de fluisterstem in uw poxebzie. Kan u zich daarin vinden?

“Langs de ene kant wel, maar men moet het ook niet overdrijven. Ik sta achter wat ik geschreven heb. Het is nu eenmaal mijn thematiek, mijn toon. (aarzelend) Het is misschien zo dat ik altijd een grote bescheidenheid in acht heb genomen, maar ik ben zo opgevoed. Ik denk dat dit, samen met mijn zachte voorleesstem, bijdraagt tot de reputatie die ik heb.
Ikzelf vind het niet echt fluisteren. Het ligt gewoon niet in mijn natuur om veel geweld te plegen in mijn gedichten. Ik balanceer altijd op een grens. Ik zeg de dingen zoals ze zijn, maar op een toon die toch altijd weemoed inhoudt.”

Zijn er mensen die u gexefnspireerd hebben, voorbeelden?

“Ik ben iemand die op een bepaald moment een auteur kan ontdekken. Ongemerkt, misschien onbewust, zal daar dan een neerslag van te vinden zijn. Ik denk dat je in mijn eerste gedichten toch wel de stijl van Lodeizen kan terugvinden. Toen ik twintig was, heb ik al zijn werk in xe9xe9n ruk gelezen. Als ik ze nu herlees vind ik ze nog wel mooi, maar ze staan even ver van mij af als de gedichten die ik toen schreef van mij afstaan. Omdat ik nu iemand anders ben. Ik geloof in een veranderde persoonlijkheid. Er is een kern die blijft, maar er is veel in je persoonlijkheid dat verandert. Ik weet zeker dat ook de Russische poxebzie een rol zal gespeeld hebben voor mij. Vooral in de mate waarin ik daarop gestudeerd heb, daar dieper op ingegaan ben. Dan is het iets dat je leert kennen zoals je een nieuwe stad leert kennen.

Ook muziek heb ik nodig bij het schrijven. Muziek is iets dat mij drijft. Al die dingen neem ik in mij op zoals ik andere dingen, indrukken in mij opneem. Mijn gedichten zijn dan eigenlijk de essentie van alles wat ik verwerkt heb in een bepaalde periode. Aan de ene kant worden gedichten dan het beste van mezelf, maar tegelijkertijd vormen ze mij ook weer. Ik schrijf dingen waar ik soms verbaasd van opkijk. Je schrijft iets en pas op het einde besef je dat het zo moest worden, ook al wist je dat op voorhand niet. Het dichterschap is iets heel bijzonders voor mij.”

Sara

18 April 2006
By on 13:55
Happie burtdaai to Lili*

Mijn allerliefste poepie, ik wens je een prachtverjaardag toe! Ik wens je vele mooie momenten, leuke droompjes, lieve vriendjes, veel liefde, succesjes en alles wat je warme, grote hartje maar wensen kan!

Ik kijk al uit naar je feestje! Ik wens je er nog ten minste 3 kwart eeuwen bij! 1000 dikke verjaardagszoenen en een platdrukdepoepieknuffel!

10 April 2006
By on 13:20
Don’t worry

Met mij gaat alles prima. Het ongelooflijke is gebeurd: ik ben in actie geschoten. Het project ‘thesis’ begint zowaar te vorderen. Met dank aan mijn pleegmammie en -pappie die onvermoeibaar achter mijn vodden zitten. (Emotionele chantage is echt het enige dat lukt als je ongeneeslijk lui bent!)
En ook wel een beetje aan mijn vader, die elk telefoontje begint met :’Ja, ja, het is bijna mei. Hoeveel pagina’s heb je al? ‘ En mijn echte mama die steeds bezorgd vraagt of het wel lukt met mijn thesis, nadat ze mijn eerste en tot nu toe enige thesishuilbui live heeft meegemaakt. En mijn vriendinnetjes natuurlijk, die ik moet blijven overtuigen dat het echt wel in orde komt met ons. En zonder thesis lukt het niet, dus moet die er maar komen, in eerste zit. Het moet, mijn vliegtuigtickets zijn betaald. Ha!


By on 07:44